Onderwijs geschikt voor ieder kind

Sommige kinderen leren heel snel lezen. Of heel snel rekenen. Of allebei. Maar de meeste kinderen leren niet alles even snel, of op dezelfde manier. Bij ons hoeft dat ook niet. Dat leggen we graag uit.


Leren van verschillende leraren

Elke leerling zit in een vaste groep, maar kan óók gerichte uitleg krijgen in een andere groep die goed past bij zijn of haar niveau.

De stamgroep
De vaste groep (stamgroep) bestaat uit leerlingen van verschillende leeftijden. Leerlingen van groep 2 en 3 zitten samen in één klas, leerlingen van groep 4, 5 en 6 ook, en leerlingen van groep 7 en 8. Kinderen van verschillende leeftijden leren beter mét en ván elkaar. Er is minder onderlinge concurrentie en meer zorg voor elkaar. Taal, spelling en rekenen worden in aparte instructiegroepen gegeven, de andere vakken krijgen de kinderen in hun stamgroep.
Alleen groep 1 heeft kleuters van dezelfde leeftijd bij elkaar. Zo kunnen we ze extra taal en de schoolse routines aanleren. In totaal hebben wij zestien groepen.

De instructiegroepen
Twee keer per dag krijgen de kinderen uitleg voor taal en rekenen in een groep op hun eigen niveau. Kinderen die bijvoorbeeld goed kunnen rekenen, gaan naar een groep die snel door de lesstof gaat. Kinderen die meer ondersteuning nodig hebben, krijgen les in een groep met extra uitleg. Zo gaat het ook voor taal. Kinderen wisselen van niveaugroep als dat nodig blijkt. Na de instructie en hulp bij verwerking, gaan de leerlingen terug naar hun stamgroep. Daar krijgen ze uitleg over de andere vakken. Verder werken ze in de stamgroep vooral zelfstandig of met elkaar aan hun lestaken. Ze leren dus niet alleen van de leraar, maar ook van elkaar.

Instructie én zelf op onderzoek uit

In de stamgroep krijgen leerlingen een weekplanning met daarin lestaken. Ze leren hoe ze hun werk kunnen plannen en hoe ze kunnen samenwerken. Uiteraard krijgen ze ook hierbij hulp. Zelfstandig werken kan in de klas of op het leerplein, de ruimte naast het lokaal. In de klas is er hulp van de leerkracht, op het leerplein van leraarondersteuners. De weekplanning wordt, als dat nodig is, aangepast aan het tempo en het niveau van het kind.

In de stamgroep krijgen de kinderen ook wereldoriëntatie. De school stimuleert daarbij dat kinderen ook zelf op onderzoek uit te gaan. Dat wakkert de leergierigheid aan en ze leren veel als aanvulling op de lessen uit het lesboek. Nadat de leerkracht de lesstof heeft uitgelegd, legt hij of zij de kinderen extra vragen voor, of bedenken ze die zelf. Bijvoorbeeld in groep 3: hoe zorgen wij ervoor dat dit plantje gaat groeien? De leerlingen denken goed na en gaan op zoek naar het antwoord, vaak samen. Dit ‘al doende leren’ werkt motiverend. 

Bewegen om beter te leren

Op onze school bewegen de kinderen zo veel mogelijk. Dat is niet alleen gezond, het helpt ook bij het leren en de concentratie. In iedere klas doen kinderen bewegingsspelletjes, tussen én tijdens de lessen. Zo blijven de kinderen ‘aan’ staan. In de onderbouw zijn er circuitlessen waarin bewegen vanzelf gebeurt: de kinderen rouleren tussen leermanieren. Ze maken sommen met behulp van spelletjes, in een toneelstukje, met blokjes of gewoon op papier.

Pre-teaching voor gym
Voor kinderen die de gymles moeilijk vinden, bieden we ‘Pre-teaching gym’. In kleine groepjes krijgen de kinderen extra bewegingslessen van de gymdocent. Daarin wordt extra geoefend wat ook tijdens de grote groepslessen aan bod komt. De leerkracht kan daarbij ieder kind goed aanwijzingen geven terwijl ze oefenen. Daardoor komen kinderen in de grotere groepsles beter mee. Hun zelfvertrouwen groeit, ze oefenen meer en leren beter bewegen. 

Voor kleuters uit groep 1 combineert de gymdocent de bewegingslessen met taal. Zo leren de kinderen (terwijl ze bewegen) woorden als ‘links’, ‘overheen’, ‘onderdoor’ en ‘schuin’. Hoe leuk is dat?

Creativiteit gebruiken

Wat voor bewegen geldt, geldt ook voor creativiteit: het ondersteunt het leren. Alle kinderen krijgen lessen beeldende vorming en muziek/theater/drama. Vakdocenten geven deze lessen.

Doe-lab
Voor kinderen die leren moeilijk vinden, is er ‘Doe-lab’. Ook hierin leren ze door te doen. Onder begeleiding van een remedial teacher gaan ze bijvoorbeeld koken met behulp van een recept. Dat vraagt reken- en/of leeswerk. Zo doen ze kennis op en ze leren doorzetten als iets niet lukt. Ze ervaren succes als het wél lukt.

Atelier
Zelf doen, zelf voelen, zelf beleven, zelf maken. Ontdekken met welke materialen je kan werken en wat je allemaal kan maken. Dat gebeurt in het atelier. Dit is een aanvulling op de les beeldende vorming, waarin gericht vaardigheden worden aangeleerd. Kinderen worden in het atelier in kleine groepen begeleid om vanuit hun eigen interesse actief en creatief iets te creëren met allerlei materialen. Dat vergroot kennis, zelfvertrouwen en woordenschat.
Ieder kind gaat een periode in het jaar in een kleine groep naar het atelier. 

Discussiëren kun je leren

Ook taal leer je door te doen. De Globe heeft daarom standaard ‘Discussiëren Kun je Leren’ (DKJL) in het lesaanbod voor de bovenbouw. De kinderen vanaf groep 6 discussiëren met elkaar onder professionele begeleiding. Ze doen dat gedurende 6 weken, 1 keer per week. Zo leren ze hoe je met elkaar van mening kunt verschillen zonder ruzie te maken, of hoe je van standpunt kunt veranderen. De kinderen uit groep 7 en 8 nemen ter afsluiting deel aan een ‘battle’ voor kinderen uit heel Amsterdam.  

Passend onderwijs

De school heeft een schoolondersteuningsprofiel: een omschrijving van de extra ondersteuning die de school kan bieden voor kinderen met bijvoorbeeld beperkingen of taalachterstanden. Wilt u meer weten? Neem dan contact op.